De Boerenstiel van toen
Hoeve Van Vooren op het Westeindeke

De Lente

Dit was de periode waarin Koning Winter stilaan het land verliet en alles weer begon te groeien. Nu kon men stilaan beginnen met het bewerken van het land. In maart werd ook de haver gezaaid, die vooral werd gebruikt om het paard te voederen.

Half maart was het de tijd om haver te zaaien. Alvorens men kon zaaien moest er natuurlijk eerst geploegd worden. Dit gebeurde met behulp van een kantelploeg en dat was een zeer lastige onderneming... Lees verder

Daarna werd het land geëgd en met behulp van een rol verhard, waarna het voor het zaaien nogmaals geëgd werd. Toen in het voorjaar het gras in de weide begon te groeien kon het gevet worden.

Begin april mochten de dieren weer van stal gehaald worden om te grazen in de weide die ondertussen al gevet was om de groei van het gras te bevorderen.

De lente was ook de maand waarin de bieten en de aardappelen geplant werden.

Eind april, begin mei, afhankelijk van het weer, kon men voor de eerste maal het gras maaien waarvan dan hooi werd gemaakt. Dit gebeurde met een maaimachine.

Nadat het gras een paar dagen had kunnen drogen
werd het omgekeerd... Lees verder

Het hooi werd dan opgeladen en op de hooizolder opgeslagen.

In mei kon men al tussen de gewassen beginnen kappen en wieden. Dit was wel eens tot vervelens toe een van de grootste bezigheden tijdens het voorjaar. Eind de jaren vijftig begon men met het besproeien tegen onkruid maar sproeistoffen waren voor veel boeren te duur.

Tegen de zomer aan waren ook de graskanten langs de weide al aardig aangegroeid en die werden afgepikt en aan de dieren gevoederd.

< Vorige Volgende >