Jacques Pauwels en Roger Buysse

jack
   Jacques Pauwels is historicus en auteur van o.a. 'De Mythe van de Goede Oorlog' en "De Canadezen en de Bevrijding van Belgie'. Zijn nieuw boek over de betekenis en oorsprong van de namen van landen en volkeren zal begin 2006 verschijnen bij EPO in Berchem (www.epo.be).

Roger Buysse is een gepensioneerd optieker en amateur-filoloog.

Ze wonen beide in Brantford in de Canadese provincie Ontario.

Jacques Pauwels en Roger Buysse / Brantford, Ontario - Canada
Site: www.alys.be/pauwels

1830-2005: 175 Jaar België

"België", een oude naam voor een jong land

Hondervijfenzeventig jaar geleden kwam het in Brussel tot een Revolutie die op korte tijd voerde tot de onafhankelijkheid van ons land. Eigenlijk droomden de opstandelingen, of tenminste toch de meerderheid van hun aanvoerders, eerder van aansluiting bij Frankrijk dan van de oprichting van een onafhankelijke staat. Dat wist men in Parijs, en daarom verschaften de Fransen gretig de militaire steun zonder dewelke de opstand niet had kunnen slagen en het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden uiteindelijk niet zou zijn uiteengereten.

De losmaking van Nederland kwam er dus dank zij onze Zuiderburen. Onze onafhankelijkheid hebben we echter te danken aan de Britten. Die beseften immers wat de Brusselse opstandelingen samen met Parijs bekokstoofden. De geplande Anschluss van ons land bij Frankrijk kwam namelijk neer op een flagrante schending van de akkoorden die Napoleons overwinnaars in 1814/15 in Wenen hadden gesloten en was daarom onaanvaardbaar niet alleen voor Londen, maar bijvoorbeeld ook voor de Russische Tsaar, die de kozakken op Brussel dreigde af te sturen. Voor de Britten mocht aansluiting bij Frankrijk niet, maar losmaking van Nederland wel, en zo werd een compromis gesloten in de vorm van onafhankelijkheid.

De Britse peetom van ons vaderland zorgde er ook voor dat het politiek systeem van de nieuwe staat sterk geleek op dat van Groot-Britannie zelf, en zo werden we gezegend met een parlementaire monarchie in plaats van een republiek, iets wat ook mogelijk was geweest. Op die koningstroon in Brussel hadden onze founding fathers graag een franse koningszoon zien plaatsnemen, maar ook dit paste niet in het kraam van de Britten.

Londen smeerde ons dan maar een Duitse prins aan, Leopold genaamd, de weduwnaar van een tante van de latere Koningin Victoria; indien die in Engeland was blijven plakken, had de Britse staatskas immers zijn dik pensioen moeten blijven betalen... Tenslotte drong Londen de nieuwe staat nog het internationaal statuut van (gewapende) neutraliteit op, kwestie van toekomstig gefoesjel tussen Brussel en Parijs te vermijden. Van het feit dat ze zelf die neutraliteit garandeerden, hebben de Britten spijt gehad in 1914, toen de Duitse schending van de Belgische neutraliteit hen dwong tot oorlogvoering tegen Duitsland, aan de zijde van Frankrijk nog wel - een scenario dat in 1830 ondenkbaar was geweest.

In 1830 vochten de fransen ons vrij van Nederland en bezorgden de Britten ons de onafhankelijkheid zowel als een staatsvorm, neutraliteit, en een Duitser als koning. Dat de Vaders van ons Vaderland indertijd zelf helemaal niets verricht hebben, kan echter niet gezegd worden, want het waren zij, en niet de Britten of Fransen, die voor ons land de naam "België" bekokstoofd hebben. En denk maar niet dat het een sinecure was om voor de nieuwbakken onafhankelijke staat een naam te verzinnen!

Men wist van wie men onafhankelijk geworden was, namelijk van Nederland, of preciezer gezegd, van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Maar wie had de onafhankelijkheid verworven? Het antwoord op die vraag was: het zuidelijke deel van de Nederlanden, een gebied dat een kwarteeuw aan Frankrijk had behoord vooraleer het in 1814/15 door het Wener Congres aan het noordelijke deel van de Nederlanden, of Nederland tout court, was gelijmd. Men herinnerde zich ook dat die brok Europa voor de verovering door Frankrijk had bekend gestaan als de "Zuidelijke Nederlanden" of ook wel "Oostenrijkse Nederlanden", want in de achttiende eeuw zwaaide Wenen bij ons met de plak.

Nog vroeger, in de zeventiende eeuw, hadden we onder het Spaanse juk gezucht, en toen had men de Zuidelijke Nederlanden ook wel de "Spaanse Nederlanden" genoemd. Na 1830 waren we natuurlijk niet langer Oostenrijks of Spaans, maar de naam "Zuidelijke Nederlanden" had wel gekund. Die kwam echter niet in aanmerking omdat hij enerzijds te omslachtig was en anderzijds al te zeer smaakte naar het Nederland waarvan men zich zopas had afgescheurd.

Het kon nochtans niet geloochend worden dat het nieuwbakken onafhankelijk land vroeger deel had uitgemaakt van een staat die de "Nederlanden" noemde, namelijk in de zestiende eeuw. Het ging toen om een federatie, een bond – een beetje op zijn zwitsers - van zeventien verschillende gebieden. Het eerste deel van de naam "Nederlanden" verwees naar de geografische ligging, want het ging niet uitsluitend maar toch overwegend om laaggelegen gebieden nabij de monding van grote stromen, met name de Schelde, Maas en Rijn.

Bij de naam "Nederlanden" gebruikte men het meervoud omdat het ging om een veelheid van "landen". Met "landen" bedoelde men zeker niet de huidige staten Nederland, België en Luxemburg, die toen nog niet bestonden, maar de zeventien verschillende gebieden of "provincies" die gezamenlijk het grondgebied van de staat vormden, zoals bijvoorbeeld Vlaanderen, Brabant, Limburg, Holland en Zeeland. De benaming "Zeventien Provincieën" deed bijgevolg ook dienst als synoniem van "Nederlanden".

De eenmaking van deze in linguïstische en andere opzichten erg heterogene provincies, die tevoren tenminste in theorie deel hadden uitgemaakt van het Duitse Keizerrijk of van het Franse Koninkrijk, was het werk geweest van twee ploegen van acteurs, ten eerste, de Hertogen van Boergondie, en ten tweede, de Habsburgse erfgenamen van deze Boergondische Dynastie. Het was Keizer Karel V, geboren in Gent en bij ons bekend als "Keizer Karel", die al die gebieden formeel in één enkele staat had samengevoegd en dat fait accompli ook internationaal had doen erkennen.

Zijn zoon, de Spaanse Koning Filip II, erfde de Nederlanden maar regeerde er zo autoritair dat het tot een opstand kwam die leidde tot de scheiding van het land. Omwille van allerlei redenen, waarop hier niet kan ingegaan worden, slaagde de opstand alleen in het noordelijke deel van de Nederlanden, in zeven van de "Zeventien Provinciën". Dit gebied kreeg officieel de naam van Republiek der Verenigde Nederlanden. Pas ten tijde van het Weens Congres zou het statuut van republiek omgewisseld worden voor dat van monarchie en zouden de "stadhouders" van de Republiek, traditiegetrouw leden van het Huis van Oranje, de koningstitel verwerven.

"Republiek der Verenigde Nederlanden" was een omslachtige naam, en daarom gebruikte men ook alternatieve benamingen. Een tijdland stond "Zeven Provinciën" in de gunst, maar omdat de provincie Holland binnen de Republiek op politiek en economisch vlak veruit de belangrijkste rol speelde - en die naam bovendien zo gemakkelijk van de tong rolt – ontwikkelde "Holland" zich op de bekende pars pro toto manier in buiten- zowel als binnenland tot favoriet synoniem van de officiële naam van het onafhankelijke noordelijke deel van de Nederlanden; en zo is het tot de dag van vandaag gebleven.

Die officiële naam van het noordelijke deel van de Nederlanden van weleer is natuurlijk sinds lang niet meer "Republiek der Verenigde Nederlanden". Niet alleen gaat het niet meer om een republiek, maar het etiket "Verenigde Nederlanden" was eigenlijk verkeerd van het begin af aan. Het ontstaan van een onafhankelijke republiek in het noorden, formeel erkend in 1648 in het Verdrag van Westfalen, bezegelde namelijk de scheiding, niet de vereniging, van het land dat totdantoe als de Nederlanden bekend had gestaan; het zuiden bleef zuchten onder de Spaanse heerschappij.

Omdat het meervoud in die zin ontoepasselijk was, is men zo beginnen spreken van "Nederland" in het enkelvoud. De naam "Verenigde Nederlanden" was dan echter wel degelijk heel eventjes toepasselijk, namelijk van 1814/15 tot 1830, wanneer Noord en Zuid in een enkel koninkrijk samengevoegd waren.

Van deze historische achtergrond was men zich in Brussel in 1830 goed bewust. Het nieuwbakken onafhankelijk land was een deel van de vroegere "Nederlanden", net zoals Nederland zelf., en zoals Nederland zelf had het dus eigenlijk recht op het gebruik, in de een of ander vorm, van de naam "Nederlanden"; die naam zelf was echter onbeschikbaar en sowieso ongewenst, in beide gevallen omdat hij al te zeer geassocieerd was met "Nederland" in het enkelvoud, met "Holland". Gelukkig stond er een alternatief ter beschikking dat de historisch-geografische werkelijkheid – het deeluitmaken van de "Nederlanden" – weerspiegelde zonder verwarring met Nederland/Holland te veroorzaken. Dit alternatief was: "België".

De zestiende eeuw was niet alleen de eeuw van het ontstaan van de oorspronkelijke staat der Nederlanden, het was ook het tijdperk van de Renaissance en van het Humanisme. Het Latijn was toendertijd de taal van de geleerden en van gecultiveerde mensen in het algemeen, en die hadden de gewoonte om naar de Europese landen te verwijzen met Latijnse termen; ze gebruikten bijvoorbeeld Gallia voor Frankrijk, Germania voor Duitsland, en Hispania voor Spanje.

De gangbare Latijnse term voor de Nederlanden in hun geheel, voor het collectief van de Zeventien Provinciën, was Belgium of Belgica. Dit kwam omdat Julius Caesar in zijn De Bello Gallico het Noorden van Gallië Gallia Belgica, of Belgica zonder meer, had genoemd. Belgium, evenals zijn variant Belgica, werd een vertrouwd synoniem voor de Nederlanden in het algemeen – niet voor de Zuidelijke Nederlanden alleen! - en dat zou heel lang zo blijven.

Een van de Boergondische Hertogen bijvoorbeeld, Filips de Goede, kreeg van humanistische geleerden postuum de eretitel conditor Belgii, hetgeen "Stichter van de Nederlanden" betekende. Indertijd meenden humanisten in de geografische vorm van de Nederlanden een leeuw te ontwaren; een bekend voorbeeld daarvan is de landskaart van Montanus, die de Nederlanden voorstelt in de vorm van een leeuw; men noemde die Nobel, die nu nog prijkt op de wapenschilden van Nederland zowel als België, Leo Belgicus, de "Leeuw der Nederlanden".

Nog een ander voorbeeld van het gebruik van Belgium of Belgica als synoniem voor "Nederlanden" was de naam die in 1609 gegeven werd aan een kolonie die door de Nederlandse Oostindische Compagnie werd opgericht in de Hudson Vallei, Novum Belgium of Nova Belgica, "Nieuwe Nederlanden" Dat in dit geval specifiek naar de Nederlanden in hun geheel verwezen werd, heeft heel waarschijnlijk iets te doen met het feit dat tot de stichters een groep Walen betrokken waren die uit de Zuidelijke Nederlanden waren uitgeweken. Hun leider was Pierre Minuit, en het was hij die in 1626 het eiland Manhattan van de plaatselijke inheemsen afkocht en er Nieuw Amsterdam, het huidige New York, deed ontstaan.

De korte en krachtige term Belgica stond nog steeds ter beschikking toen het in 1830 voor de tweede keer in de geschiedenis kwam tot een scheiding van de Nederlanden. De Brusselse opstandelingen, wier versbakken onafhankelijk land dringend een naam nodig had, grepen er gretig naar, want die humanistische nomenclatuur paste even goed bij hun zuidelijk deel van de Nederlanden als "Nederland" paste voor het noordelijke deel; bovendien rolde die naam zowel in zijn franse als vlaamse – pardon, nederlandse - versie goed van de tong. Het werd dus België/Belgique, hetgeen in de grond hetzelfde betekent als Nederland(en).

Men kan zeggen dat Nederland en België het onomastisch erfgoed van hun gemeenschappelijke voorouder, de Nederlanden van weleer, eerlijk hebben verdeeld. Nederland erfde als eerstgeboren onafhankelijke staat de in de volkstaal gebruikelijke benaming, maar laatkomer België was helemaal niet ontevreden met de fijne, humanistische versie van dezelfde naam. Bovendien kan België, de jongere van de twee "Nederlandse" naties, er ook nog prat op gaan van de oudste naam in de wacht te hebben gesleept.

De term "Nederlanden" is immers pas in de late Middelleeuwen ontstaan, maar zoals iedereen weet bestond de term "België" reeds ten tijde van Julius Caesar. Sterker nog, toen de Romeinen hier ten tonele verschenen – ongeveer 50 voor JC - was de naam "België" waarschijnlijk reeds minstens duizend jaar, oud.

Volgens de befaamde (en onlangs overleden) Italiaanse filoloog Giovanni Semerano gaat het namelijk om een onomastisch fossiel uit een heel ver verleden, uit de tijd nog voor in onze contreien en elders in Europa de sprekers van de zogenaamde Indo-Europese talen zijn komen opdagen, hetgeen vermoedelijk in het tweede millennium voor JC was. De mensen die hier toen al woonden spraken een (of meer) van de talen die men alteuropäisch noemt, en waarvan het Baskisch een overlevende spraak is.

Die talen waren verwant aan die van het oude Mesopotamië, zoals het Sumerisch en het Akkadisch, talen met wie men vertrouwd is en die dus (samen met het Baskisch) kunnen dienen als sleutel - als een soort "Steen van Rosetta" - voor de ontcijfering van oude pre-Indo-Europese toponiemen zoals "België".

Volgens Semerano, een kenner van de oude Mesopotamische talen, stamden de toponiem Belgica en de ethnoniem Belgae net als het Griekse woord pelagos ("zee") af van een oeroud pre-Indo-Europees, alteuropäisch woord, verwant aan het Sumerische palgu, het Akkadische palag, en het Hebreeuwse peleg, "stroom", "water"; de betekenis ervan was "mensen die nabij de zee wonen". Een dergelijke beschrijving past opperbest bij de Belgae van weleer, zowel die van het noorden van Gallië als die van de overkant van het Kanaal, want volgens Caesar hoorden er ook in het zuiden van Engeland heel wat Belgae thuis.

"België" is sinds de zestiende eeuw een synoniem voor "de Nederlanden". De Nederlanden, dat zijn de "Lage Landen", ook bekend als de "Lage Landen bij de Zee". "Land nabij de Zee" is echter de oorspronkelijke betekenis van "België", een naam die bestaat sinds pakweg drieduizend jaar. Het Koninkrijk België viert dit jaar zijn 175e verjaardag, in vergelijking met Nederland is het een piepjonge staat; de naam "België" is echter meer dan 3000 jaar oud, in vergelijking met "Nederland" is het een Methusalem.


ILLUSTRATIES:

Leo Belgicus, een kaart van de Nederlanden in de vorm van een leeuw:

Kaart van Novum Belgicum:


Home